Menu

Informatie over haarwerken en pruiken

Dragen meer mannen of vrouwen een haarwerk? Hoeveel mensen in Nederland dragen eigenlijk een haarwerk? Wanneer is een haarwerk wel en niet aan te bevelen? Welke methoden zijn er om het haarwerk te bevestigen? Hoe lang gaat een haarwerk mee? Hoe verloopt het aankoopproces van een haarwerk?

1. Inleiding

Voor een haarwerken bestaan diverse benamingen, zoals: haarprothese, pruik, toupet, haaraanvulling, haarstukje, een 'postiche' of een 'niet-medische oplossing'. Hoezeer de namen ook verschillen, ze hebben de grote overeenkomst dat ze een negatief imago hebben. Dit heeft een aantal oorzaken.

  • In de 70-er jaren deden de pruiken en toupets op grotere schaal hun intrede deden in Nederland. Ze werden toen voornamelijk gebruikt om een eens een andere coupe uit te proberen of om een slechte haardag te maskeren. De haarwerken waren vaak van mindere kwaliteit en worden nu wel eens vergeleken met "synthetische badmutsen".
  • Daarnaast wordt een haarwerk vaak gebruikt door mensen die tijdelijk of permanent kaal zijn als gevolg van natuurlijke haaruitval, een ziekte of een bijwerking van de therapie voor een ziekte. Het gebruik van haarwerken is tot op heden de meest toegepaste oplossing voor alopecia. Gelet op het feit dat circa 70% van de mannen en 55% van de vrouwen tussen de dertig en zestig jaar worden geconfronteerd met dunner haar door genetisch bepaalde (klassieke) mannelijke kaalheid (alopecia androgenetica), is dat ook niet verwonderlijk. Vaak ligt er dus geen plezierige oorzaak aan het gebruik ten grondslag en de dragers vinden het vaak een emotionele zaak om over hun haarprothese te praten.
  • Een derde reden waarom haarwerken niet altijd in zo'n gunstig daglicht staan heeft te maken met het feit dat ze in reclames en sketches vaak lachwekkend worden afgebeeld, waarbij er weinig nodig is of het haarwerk valt van het hoofd of zakt scheef. Gelukkig hebben deze komisch bedoelde sketches niets met de werkelijkheid of de kwaliteit van de huidige haarwerken te maken.

2. Voor- en nadelen van een haarwerk

Vaak wordt gedacht dat vooral mannen een haarwerk dragen, maar dit is een misverstand. Hoewel er meer mannen dan vrouwen zijn die te kampen hebben met kaalheid, wordt dit ook meer geaccepteerd bij mannen. Je ziet dan ook dat vrouwen vaker de beslissing nemen om een haarwerk aan te schaffen. Het dragen van een haarwerk is niet aan leeftijd gebonden.

Tot op heden is een haarwerk de enige oplossing die (gedeeltelijk) wordt vergoed door de zorgverzekeraars. De mogelijkheden van een haarwerk zijn in principe onbeperkt, al blijft, ondanks alle ter beschikking staande technieken, het frontje van het haarwerk op het voorhoofd de meest kritische plaats met betrekking tot herkenning van het haarwerk.

Aan een haarwerk zijn zeker ook voordelen verbonden. Een haarwerk levert snel resultaat en men heeft voor het oog de volle haardos van vroeger terug. Er is een ruime keuze aan modellen, stijlen en kleuren. Voor jonge, zelfs zeer jonge mensen zijn er haarwerken met een eigentijds kapsel en ook voor ouderen bestaan er bij hun leeftijd passende haaraanvullingen. Hoewel inmiddels circa 100.000 mensen in Nederland gebruik maken van een haarwerk blijft het een hulpmiddel. Er vindt dus geen genezing plaats. Het vergt verzorging en onderhoud en is in dat kader wellicht het beste te vergelijken met een bril of contactlenzen.

3. Wanneer is een haarwerk wel en niet aan te bevelen

Alhoewel een haarwerk in principe door iedereen gedragen kan worden, zal het in de praktijk meestal worden aangeschaft worden door mensen die langdurig of tijdelijk geen of vrijwel geen haar hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen die lijden aan:

  • Alopecia androgenetica ofwel de klassieke mannelijke kaalheid.
  • Alopecia traumatica. Hierbij is het haar beschadigd en afgebroken.
  • Alopecia areata. Een aandoening waarbij op het hoofd een of meerdere kale plekken ontstaan.
  • Kaalheid als gevolg van littekens ontstaan door een ongeluk op de hoofdhuid, zoals verbranding of andere ongelukken aangeboren kaalheid.

Wanneer men van te voren weet dat de haren zullen uitvallen, is het aan te raden alvast contact op te nemen met de haarwerker wanneer de eigen haren nog aanwezig is. Hij of zij kan dan beter beoordelen welk model en welke kleur haarwerk het beste bij het uiterlijk van de drager passen.

Haarwerken zijn niet aan te bevelen voor mensen die:

  • Een snel geïrriteerde hoofdhuid hebben.
  • Aandoeningen op de hoofdhuid hebben zoals eczeem of tumoren.

haarwerken en pruiken

4. Beslissingen bij de aanschaf van een haarwerk

Bij de aanschaf van een haarwerk zal een aantal beslissingen genomen moeten worden ten aanzien van de opbouw en de gebruikte materialen van het haarwerk.

4.1 Montuur

De basis (montuur) van een haarstukje is een vliesdunne folie (0,1 - 0,5 mm) die de kleur heeft van de hoofdhuid. Dit folie kan uit polyurethaan materiaal zijn opgebouwd maar ook skinfolie, monofilament en ragfijne transparante tules worden toegepast. De keuze van het materiaal bepaalt onder andere de zichtbaarheid van de montuur en het gewicht maar is mede afhankelijk van het 'karakter' van de hoofdhuid. Talgafscheiding, transpiratie en de samenstelling van de huidzuren spelen hierbij een rol. Het is daarom van belang dat de haarwerker zo goed mogelijk op de hoogte is van de hoofdhuideigenschappen van de toekomstige gebruiker.
De contourlijn van de haarprothese kan volledig worden aangepast aan de vorm van de schedel en kan worden gevormd naar de natuurlijke contourlijn.

4.2 Haarsoorten

Hoewel in het verleden ook wel gebruik is gemaakt van dierenhaar (zoals buffel- en paardenhaar), zijn de huidige haarwerken opgebouwd uit synthetisch haar, natuurlijk (menselijk) haar of een combinatie van beide.

Natuurlijk haar

Natuurlijk of echt haar kan onderverdeeld worden in drie klassen: Negroïde, Europees en Mongoloïde (Chinees en Indo) haar. Dankzij de structuur, dikte en de mogelijkheden om structuur en kleur te wijzigen is Europees haar het beste te verwerken in een haarwerk. Het is vrij schaars en daardoor duurder dan andere haarsoorten. Mongoloïde haar en met name Indo haar vertoont veel overeenkomsten met Europees haar, maar is harder, dikker en het onderlinge celverband is wat minder hecht. Toch zijn wijzigingen in structuur en kleur eenvoudig te realiseren. Indo haar is in ruimere mate voorradig en daardoor goedkoper dan Europees haar. Chinees haar is in ruime mate voorradig en daarmee het goedkoopste soort. Het is echter harder en veel dikker dan Europees haar. Om Chinees haar het uiterlijk te geven van Europees haar wordt het veredeld. Hierdoor zijn wijzigingen in structuur en kleur slecht aan te brengen.

Natuurlijk haar heeft als groot voordeel dat de meeste kappersbehandelingen kunnen worden toegepast. Nadelen van het gebruik van natuurlijk haar zijn onder meer dat het in de loop van de tijd onder invloed van UV-licht verkleurt en dat het een deskundige verzorging nodig heeft.

Synthetisch haar

Synthetisch haar is er in vele soorten met elk specifieke eigenschappen. Haarwerken van synthetische haar laten zich eenvoudig in model brengen, zijn kleur- en vochtbestendig en zijn verkrijgbaar in nagenoeg iedere lengte, dikte en kleur. Het is door de drager zelf te onderhouden en het verkleurt nauwelijks.

Synthetisch haar wordt soms statisch, kan gaan krullen en kan niet worden geverfd. Daarbij heeft het als nadeel dat het, vergeleken met natuurlijk haar, meer en anders glanst. Dit kan vervelend zijn wanneer er een inlegstuk (gedeeltelijk haarwerk) wordt geplaatst. Het verschil in glans kan dan te zien zijn. Daarnaast kan door wrijving (bijvoorbeeld op schouders en kussensloop) en in de sauna of onder de douche synthetisch haar verpluizen omdat het minder hittebestendig is dan echt haar. De laatste ontwikkelingen tonen echter een hittebestendige polyestervezel (tot 150 graden Celsius) waardoor het minder snel vervilt en waarop alle kappersbehandelingen zoals föhnen kunnen op deze polyester worden toegepast. Ook is de levensduur van deze vezel veel groter dan van andere soorten. In plaats van een jaar, kan het haarwerk anderhalf jaar meegaan. Maar dat is mede afhankelijk van factoren zoals de hoeveelheid transpiratievocht.

4.3 Wijze van knopen

Haarwerken kunnen handgeknoopt, volledig machinaal of halfmachinaal vervaardigd zijn. Handgeknoopte haarwerken hebben als voordeel dat de haardichtheid hoger en de montuur dunner is. Daarnaast kan de haarrichting nauwkeuriger worden bepaald. Nadeel is de hogere prijs ten opzichte van machinaal geknoopte haarprothesen. De keuze van de haardichtheid (het aantal haren per vierkante centimeter) is van groot belang. Kies de haardichtheid die in jouw situatie het natuurlijkste effect geeft.

4.4 Constructie

De meeste producenten van haarwerken voeren een standaardcollectie die bestaat uit een aantal modellen, maten en kleuren. Met behulp van malletjes kan men passen welke maat geschikt is. Met behulp van een kleurenkaart kiest men de kleur. Voor ongeveer 80% van de mensen die een haarprothese dragen, sluit de aangeboden "confectie-reeks" goed aan bij de wens. Ook kan men kiezen voor maatwerk. Hierbij worden de pasvorm, de gebruikte materialen, de lengte, de krulsterkte en andere eigenschappen precies naar wens gemaakt. Een maatwerk haarwerk is duurder dan een confectiemodel.

4.5 Bevestigingsmethoden

Voor de bevestiging van een haarwerk bestaan verschillende technieken die onder andere afhankelijk zijn van het al dan niet nog aanwezig zijn van natuurlijke haren. De keuze van de bevestigingsmethode is zeer belangrijk. Men moet erop kunnen vertrouwen dat de haarprothese onder alle 'normale' omstandigheden correct blijft zitten.

Ondanks alle ter beschikking staande technieken, blijft het frontje van de haarwerk op het voorhoofd de meest kritische plaats met betrekking tot herkenning van de prothese. Regelmatig worden materialen ontwikkeld om deze 'ontdekking' tegen te gaan.

Voor vrouwen met alopecia androgenetica zullen minder last hebben van het zichtbare front omdat de haaruitval bij hen met name op de bovenzijde van het hoofd is gesitueerd. Op het voorhoofd blijft een randje van eigen haar groeien. Mannen met een kaal voorhoofd kunnen desgewenst het frontje van een haarwerk camoufleren door middel van een haartransplantatie. Het kan echter wel een jaar duren voordat de dichtheid van de getransplanteerde haren vol genoeg is. Daarnaast men moet zich realiseren dat men het haarwerk dan continu dient te dragen.

Tape/lijm

Als er geen haar meer aanwezig is, kan het haarwerk door middel van tape of speciale huidlijm op de hoofdhuid worden bevestigd. Afhankelijk van het karakter van de hoofdhuid (transpiratie, talg, huidverversing, etc.) moet het haarwerk een ö twee keer per week opnieuw worden bevestigd. Dit kan men zelf doen. Daarnaast is er een keuze om speciale, huidvriendelijke lijmsoorten toe te passen die zijn ontwikkeld om stoma's te bevestigen. Deze lijmsoorten dienen na circa zes weken opnieuw te worden aangebracht.

Bevestiging aan het haar

Is er nog een hoefijzervormige rand van haar aanwezig, wat meestal het geval is bij mannen met klassieke mannelijke kaalheid, dan kan het haarwerk hieraan worden bevestigd. De voorkant van de prothese moet vanzelfsprekend wel worden getapet. Zo'n bevestiging kan circa zes weken meegaan (hierna zijn de natuurlijke haren te lang geworden). De voorkant zal een keer per twee ö drie weken moeten worden getapet of zo vaak als dat wenselijk is.

4.6 Verbinden van eigen haar met haarwerk

Hairfusion-methode

Wanneer de hoofdhuid relatief een groter aantal natuurlijke haren bevat, kan de hairfusion-methode ook wel hairwaving genoemd worden toegepast. Hierbij worden de eigen haren 'vastgezet' en 'gelijmd' in kleine aluminium buisjes die aan het haarwerk zijn bevestigd. De buisjes worden vervolgens met behulp van een tangetje dichtgeknepen. Deze methode kent een tijdslimiet van circa zes weken in verband met de groei van het eigen haar.

Clips

Een tussenvorm tussen de hairfusion-methode en de lijmtechniek is het gebruik van clips. Deze clips kan men zelf openen en opnieuw aanspannen. Er zijn clips in verschillende grootte en kleur verkrijgbaar. Hierbij moet worden opgepast dat het gewicht van de clip, tezamen met het nieuwe haar niet te zwaar wordt. Zowel bij het gebruik van clips als bij de hairfusion-methode dient men er zeker van te zijn dat men geen last heeft van metaalallergie.

Dermalace band/micropoint bevestiging

Een techniek die ook kan worden toegepast is die van de dermalace band, ook wel micropoint bevestiging genoemd. Aan de prothese is een katoenen rand met lusjes bevestigd. Het eigen haar wordt door de lusjes geweven en geknoopt. In verband met de groei van het eigen haar dient ook deze bevestigingstechniek na circa zes weken te worden herhaald.

Netmethode/fill-in methode

Dit is een techniek die speciaal geschikt is voor mensen met dun haar. Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van een soort "haarnetje" waarbij op het vlechtwerk van het net haren zijn aangebracht. Het netje wordt op het hoofd geplaatst en de eigen haren worden tussen de mazen door getrokken. Door de combinatie van eigen en "vreemde" haren wordt het effect van een vollere haardos bereikt. Het haarnetje kan worden bevestigd aan het eigen haar door middel van de hairfusion methode, clips of de dermalace band techniek.

Ook hier zal het netje na verloop van tijd steeds verder van de hoofdhuid af komen te staan door de groei van het eigen haar en zal het opnieuw moeten worden bevestigd.

5. Onderhoud en verzorging

Zoals eerder gemeld, vergt een haarwerk onderhoud en verzorging. Synthetisch haar is meestal zelf te wassen met speciaal daarvoor geschikte shampoos. Er moet gebruik worden gemaakt van lauw of koud water. Gewone shampoos zijn niet bruikbaar omdat de wasactieve stoffen pas boven de 20 graden Celsius werkzaam zijn. Natuurlijk haar kan gewassen worden met de reguliere shampoos. Wel heeft natuurlijk haar meer de neiging sterk te gaan klitten. Hoe langer het haar is, hoe sterker dit zich voordoet. Met een speciale behandeling van de haarwerker kan dit enigszins worden tegengegaan. Echt haar kan aan de lucht drogen, evenals synthetisch haar, maar synthetisch haar droogt sneller dan echt haar omdat het geen water opneemt. Naast de reiniging moeten mensen die gekozen hebben voor een permanente bevestiging er rekening mee houden dat zij om de circa zes weken de bevestiging opnieuw moeten laten aanbrengen. Het uitnemen van het haarwerk, het wassen en modelleren hiervan en het bijwerken van het eigen haar duurt ongeveer een uur.

Hoe lang een haarprothese meegaat, is moeilijk aan te geven. Dit is afhankelijk van de gebruikte materialen en of men gelijktijdig een of twee haarwerken gebruikt. Een haarwerk kan extra slijten door het tijdens het slapen te dragen, door bepaalde werkomstandigheden, door het gebruik van hoofdkussens of door het schuren van de haren langs een hoofdsteun in de auto. Overmatige transpiratie, direct huidcontact of warmtebronnen kunnen leiden tot vervilting van de haren. Een haarwerk met lang haar slijt sneller door contact met de kleding. Weersomstandigheden zoals veel zon en wind kunnen verkleuring veroorzaken. Uit ervaring blijkt echter dat de meeste haarwerken voor mannen ongeveer een tot twee jaar meegaan. Bij vrouwen is de variatie in de levensduur van het haarwerk veel groter.

6. Het aanschaffen van een haarwerk

Wanneer wordt overwogen een haarwerk aan te schaffen, doet men er verstandig aan familieleden of vrienden bij het aankoopproces te betrekken. Zij kunnen helpen met het maken van keuzes en kunnen vertellen of een bepaald model of type bij de persoonlijkheid van de potentiële drager past. Meestal zal een haarwerk worden aangeschaft bij een haarwerker. Soms is een kapper gespecialiseerd in het aanmeten van haarwerken. Meestal zal dit niet het geval zijn, wel kan de kapper worden gevraagd te adviseren over goede en betrouwbare adressen van haarwerkers in de omgeving.

Het aankoopproces verloopt bij de betere haarwerkers vaak in drie stappen.

Eerste stap

In eerste instantie vindt een oriënterend gesprek plaats. Hierin wordt besproken wat de wensen en verwachtingen zijn en komen de voor- en nadelen, de mogelijkheden en de eventuele problemen aan bod. Vervolgens zal men een beslissing moeten nemen of men wel of niet overgaat tot een haarwerk. Valt de keuze op een haarwerk dan zal men bij een tweede bezoek een keuze moeten maken in model, type haar en andere eigenschappen van de haarprothese.

Tweede stap

Een keuze wordt gemaakt in onder andere model, type haar en bevestigingsmethode. Daarna wordt de gekozen haarprothese besteld, waarbij de levertijd van semi-confectie prothesen (deels maatwerk, deels kant en klaar) circa vier weken is en die van maatwerk circa acht weken.

Derde stap

Bij het aanbrengen van de haarprothese wordt uitgelegd hoe men de haarprothese moet verzorgen. Tevens zal de haarprothese worden aangepast aan de wensen door middel van coupeknippen, kleurcorrecties en maataanpassingen. De juiste pasvorm van het montuur speelt hierbij natuurlijk ook een grote rol. Belangrijk te weten is dat het haarwerk geleidelijk aan zijn uiteindelijke model krijgt. De prothese wordt na bevestiging in model geknipt: er wordt niet in een keer een lang stuk haar afgeknipt. Dit gaat stukje bij beetje. De klant kan hierbij zelf aangeven tot welke lengte geknipt mag worden.

Kosten

De kosten van een haarprothese kunnen sterk uiteenlopen, aangezien er zoveel verschillende soorten zijn.